Door Rita Pestman op 20 januari 2016

Reactie van de PvdA Ten Boer op het Meerjarenprogramma van de Nationaal Coördinator Groningen (zoals uitgesproken tijdens de ingelaste raadsvergadering over het MJP op 19 januari 2016)

Op 15 augustus 2015 gaf de Nationaal Coördinator Groningen, Hans Alders, in een interview in het Dagblad van het Noorden aan dat hij verwachtte dat hij ongebruikelijke regels in zou moeten stellen om het proces vaart te geven. Hij zei letterlijk: “Als we alleen maar naar de bestuurlijke gereedschapskist kijken, lopen we dood”.
Inmiddels is het Meerjarenprogramma van de Nationaal Coördinator gereed en is duidelijk geworden wat de Nationaal Coördinator met zijn uitspraak bedoelde. De Nationaal Coördinator heeft steeds overleg gevoerd met bestuurders: de burgemeesters van de getroffen gemeenten en de gedeputeerde van de provincie. De volksvertegenwoordigers in de gemeenteraden en provinciale staten zijn buitenspel gezet . Een vreemde gang van zaken als je bedenkt dat één van de doelen van de Nationaal Coördinator is om het vertrouwen van de bevolking te herstellen.
Het wordt nog gekker als je als volksvertegenwoordiger van de bestuurders te horen krijgt: De Nationaal Coördinator,dat zijn wij. Wij zijn met elkaar de Nationaal Coördinator. Als wij met elkaar de Nationaal Coördinator zijn, hoe is het dan mogelijk dat er een Meerjarenprogramma ligt waarin de belangrijkste punten ontbreken? Heb ik, heeft mijn fractiegenoot, hebben wij als raadsleden van de gemeente Ten Boer dat rapport geschreven?
Nee! Wij hebben als gemeenteraad maar één keer de mogelijkheid gekregen om te zeggen wat we van de plannen vonden: helemaal aan het eind van het proces mochten we als we dat wilden iets toevoegen aan de zienswijze. Twee punten stonden niet alleen voor de PvdA voorop, maar ook voor de andere partijen. We wilden raadsbreed dat de term aardbevingsschade vervangen zou worden door mijnbouwschade omdat daar ook schade door bodemdaling en zettingsschade onder vallen en we wilden dat er een regeling zou komen om huiseigenaren te ontzorgen. Provinciale Staten hadden die twee punten ook opgenomen in een motie en meerdere raden hebben zich in moties op gelijke wijze uitgesproken.
Géén van deze punten is in het definitieve Meerjarenprogramma gekomen, maar dat plan is wel uit onze naam in Den Haag aangeboden. Wij zijn immers met elkaar de Nationaal Coördinator. Hoe is het mogelijk dat de gedeputeerde en de burgemeesters dit is overkomen, dat er een plan naar Den Haag gestuurd is waarin de belangrijkste punten ontbreken? Er ligt maar één conclusie voor de hand: ook de gedeputeerde en de burgemeesters pasten niet in de bestuurlijke gereedschapskist van Alders. Hoewel het er op leek dat zij wel mee mochten doen zijn ze ook buitenspel gezet. Alders zei in het beruchte interview dat hij wel zou luisteren naar wat iedereen te zeggen had, maar dat hij zou beslissen. Eén ding moet je hem nageven: op dat vlak heeft hij woord gehouden.
We zijn nu afhankelijk van de leden van de Tweede Kamer. Alleen zij zijn nog in staat om de punten te realiseren die voor ons van wezenlijk belang zijn: mijnbouwschade in plaats van aardbevingsschade, een regeling die huiseigenaren ontzorgt, het voortzetten van de waardevermeerderingsregeling, minder gas winnen.
Zijn we er als die punten worden uitgevoerd? Nee! Het is ook nog zeer de vraag hoe het financieel allemaal uitgewerkt wordt. De burgemeester van Bedum heeft al voorgerekend dat de getroffen gemeenten zoals het er nu naar uitziet, diep in de eigen buidel zullen moeten tasten om de scholen aan te pakken. Er zal fors bezuinigd moeten worden bovenop alle andere bezuinigingen. En wie zijn dan de dupe? Juist, de bewoners van het aardbevingsgebied. Zij bloeden eens te meer voor de gaswinning.
Wanneer gaat de nationale overheid inzien dat het zo niet langer gaat? Dat er sprake is van een ereschuld aan dit wingewest? De opmerking van minister Kamp zoals die in het Dagblad van het Noorden van 16 januari werd weergegeven stemt niet vrolijk. Hij zei: “In Nederland hebben we gekozen om de gasopbrengst ten goede te laten komen aan alle Nederlanders. Daar horen de Groningers bij”. Over de verdeling van de lasten horen we deze minster niet. Het VVD Tweede Kamerlid Bosman is ook al geen toonbeeld van inlevingsvermogen. Hij vraagt zich in hetzelfde artikel in het Dagblad af waar de compensatie ophoudt als het Rijk instemt met meedelen in de gasopbrengst. Hij zegt: “Wat doe je dan met mensen die last hebben van Schiphol of van de chemie bij Rotterdam? Ik woon zelf bij de kerncentrale in Zeeland. Kan ik dan ook aanspraak maken op iets van de opbrengst?” Wij zouden de heer Bosman kunnen vragen hoeveel huizen er in die contreien in de stutten staan, onbewoonbaar zijn of beschadigd. En dat door handelen van het Rijk. We zouden de heer Bosman ook wel willen vragen waarom hij – en zoveel kamerleden met hem – hebben ingestemd met een lastenverlaging van 5 miljard euro terwijl er in Groningen de komende jaren heel veel geld nodig zal zijn voor noodzakelijke maatregelen. Maar het is misschien nog beter om de heer Bosman te wijzen op de situatie in Engeland. Gemeenten waar schaliegas gewonnen wordt profiteren in dat land mee van de opbrengst. Het is dus heel gemakkelijk om grenzen te trekken: compensatie in geval van het winnen van bodemschatten. De heer Bosman is zelf vast ook wel slim genoeg om dat te bedenken, maar de onwil druipt ervan af.
Compensatie – het liefst met terugwerkende kracht – zou de normaalste zaak van de wereld moeten zijn: zowel voor de NAM als voor de overheid. Het idee van econoom De Kam om de compensatie door middel van belastingverlaging ten goede te laten komen aan de inwoners vinden we heel interessant en willen we graag verder uitgewerkt zien, een deel zou naar de gemeenten moeten gaan zodat voorzieningen in stand gehouden kunnen worden.
Als de overheid werkelijk herstel van vertrouwen wil dan zal er ook een goede compensatieregeling moeten komen! Het Meerjarenprogramma zoals het er nu ligt is wat ons betreft onvoldoende.

Motie MJP def

Rita Pestman

Rita Pestman

Ik ben in 1963 in Groningen geboren. Sinds 1972 woon ik in Garmerwolde. Ik heb Franse Taal- en Letterkunde gestudeerd aan de Rijksuniversiteit Groningen met als bijvak Internationaal Recht. Sinds januari 1988 werk ik als docent in het voortgezet onderwijs. In mei 2008 ben ik geïnstalleerd in de gemeenteraad. Het raadswerk bevalt me uitstekend. Het

Meer over Rita Pestman